Voor mijn schrijfcursus kreeg ik huiswerk: beschrijf een ruimte met al je zintuigen. Kijken, luisteren, ruiken, voelen en proeven.
Dat laatste bleek achteraf niet mijn beste beslissing.
Waarom kom ik hier op de heetste dag van het jaar? Twee vuilniszakken smijt ik naar binnen. Het peertje aan het plafond doet dapper zijn best. Fel schijnen, ja, maar zijn lichaamstaal straalt heel iets anders uit.
Eenmaal binnen voel ik de zweetdruppels al juichen, ze mogen weer naar buiten. Jammer dat hier geen ramen zijn, de lucht is zo drukkend dat ik het bijna kan zien. Dit hok zit opgevouwen tussen twee andere ruimtes. Tegels van boven tot onder. Dat maakt het hok nog kleiner.
Met grof geweld scheur ik de zakken open. De lucht die me tegemoet komt, kan niet gezond zijn. Mijn lijf zet zich schrap voor de peristaltische beweging die ik zo haat. Kokhalzend haal ik de spullen eruit. Ik dacht dat ik verlost was van deze geur. Dat het hier alleen nog maar naar frisse limoenen zou ruiken. De stank is zo erg dat het niet alleen mijn neusgaten doorboort, maar ik kan het bijna proeven. Hoe kan een mens dit veroorzaken? Wat eet of doe je dan?
Als ik de bittere smaak achter in mijn keel heb weggeslikt, maak ik de zakken leeg. Een voor een laat ik de stukken door mijn handen gaan alsof ik zeker wil weten dat er geen levend wezen zich heeft verstopt. De zakken vouw ik op en gooi ze in de prullenbak; zij hebben hun werk gedaan.
Alles sorteer ik op kleur. Geen idee of het me lukt de stank te verwijderen. Eerst de witte stapel, die krijgt voorrang omdat het moet. In plukken mik ik ze de wasmachine in. Wasmiddel. Vlekkenverwijderaar. Wasverzachter. Deur dicht. Ik draai de stand naar 60 graden, mij maken ze niet gek. De wasmachine heeft er zin in, het water klotst de trommel in.
Bij het overeind komen, vang ik een blik van mijn bovenlijf op in de spiegel die boven de wasbak hangt. Mijn nek en mijn voorhoofd zien eruit als de binnenkant van een rode watermeloen. Ik grijp een ongewassen handdoek en wrijf de zweetdruppels weg. De laatste zweetdruppel vang ik op met mijn tong. Getver, zelfs die smaakt naar zweetsokken.
Mijn telefoon vibreert in mijn achterzak.
‘Hallo zoon’, zeg ik als ik zijn naam op het scherm zie staan.
‘Hallo moeder! Is mijn was al klaar?’
‘Nee, maar je mag het de volgende keer gewoon zelf doen. Je hebt nog steeds de sleutel!’



Het is je weer gelukt meis!! 👍
Leuke opdracht! En ook goed geschreven imo! Ik ga deze 'techniek' stiekem ook toepassen in het artikel waar ik nu mee bezig ben. Het is een stuk over een avondje aan de Mdma, dus dat wordt wel interessant met de 5 zintuigen beschreven hahaha